
Visserijwet 1963
Artikel 55
1
Ieder, die de visserij uitoefent of pleegt uit te oefenen, is verplicht op eerste vordering van een opsporingsambtenaar:
a
deze ambtenaar in de gelegenheid te stellen zijn vaartuig te betreden;
b
ter inzage af te geven de op grond van het bepaalde bij of krachtens deze wet voor de uitoefening van de visserij vereiste akten, vergunningen, schriftelijke toestemmingen, huurovereenkomsten en andere bescheiden, waarvan inzage naar het redelijk oordeel van deze ambtenaar voor de vervulling van zijn taak nodig is;
c
uitstaand vistuig te lichten;
d
gesloten viskaren te openen;
e
anderszins de medewerking te verlenen, welke deze ambtenaar voor de vervulling van zijn taak behoeft.
2
Overtreding van het bij het vorige lid bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
3
De feiten strafbaar gesteld bij dit artikel worden als overtreding beschouwd.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.